Auxiliary verb
hebben
regelmatig werkwoord
Kamperen verwijst naar het verblijven in een tent, caravan of camper, meestal in de natuur of op een camping.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Examples
Ik kampeer elke zomer in Nederland.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Zij hebben vorig jaar in Italië gekampeerd.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Kampeer je vaak in het buitenland?
tegenwoordige tijd, vragende wijs
Als het mooi weer is, kamperen wij graag.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.