Infinitief Ik wil kermen als ik pijn heb.
Tegenwoordig deelwoord De kermende kinderen zijn te horen in de hele buurt.
Het kermende verdriet van het kind was ontroerend.
Voltooid deelwoord Hij heeft hard gekermd toen hij viel.
Tegenwoordige tijd ik
jij / je, u
Jij kermt als je schrikt.
hij, zij / ze, het
Hij kermt elke keer als hij in het donker is.
wij / we, jullie
Wij kermen als we te vallen komen.
Verleden tijd ik
jij / je, u
Jij kermde ook toen het gebeurde.
hij, zij / ze, het
Hij kermde de hele nacht door.
wij / we, jullie
Wij kermden samen om het verlies.
Aanvoegende wijs Als ik dat zo hoor, hoop ik dat jij ook kermd.
Gebiedende wijs Kerm niet zo hard, het is laat!
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.