(gewicht van boodschappen, ingrediënten of voorwerpen aanduiden)
Ik heb een kilo aardappelen gekocht bij de groenteboer.
De baby weegt nu bijna vier kilo.
Een kilo suiker kost bij ons in de winkel ongeveer een euro.
De koffer mag niet zwaarder zijn dan drieëntwintig kilo.
De vrachtwagen mag maximaal twaalfduizend kilo laden.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(praten over het eigen gewicht en de verandering ervan)
Ik ben deze zomer drie kilo afgevallen.
Na de feestdagen was ik een paar kilo aangekomen.
Sinds ik meer beweeg, ben ik vijf kilo kwijtgeraakt.
Vroeger woog ik tien kilo meer dan nu.
(informele maateenheid in de winkel of keuken)
Twee kilo appels, alstublieft.
Dat pakje rijst is een halve kilo.
Mag ik een halve kilo gehakt, alstublieft?
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.