(kleren die je aantrekt om je lichaam te bedekken)
Ik trek schone kleren aan voor het feest.
Mijn kleren zijn helemaal nat van de regen.
Trek je kleren maar aan, we gaan zo weg.
Na het zwemmen hingen onze natte kleren in de tuin te drogen.
In de kast liggen mijn warme winterkleren netjes opgevouwen.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(een plechtig of feestelijk gewaad)
De priester droeg een wit kleed tijdens de dienst.
Zij koos een lang kleed voor het galadiner.
De koningin droeg een prachtig kleed van blauwe zijde.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.