(iets in en om het huis dat afgemaakt moet worden)
Ik heb dit weekend nog een paar klussen in de tuin.
De loodgieter komt morgen die klus afmaken.
Ik heb een klus voor je: kun jij die kast in elkaar zetten?
Op zaterdag pakt mijn vader meestal nog wat klussen in huis aan.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(iets wat moeilijk of tijdrovend blijkt)
Het verhuizen wordt nog een hele klus.
Die scriptie afmaken voor vrijdag is een zware klus.
Het opruimen van de zolder bleek een veel grotere klus dan ik had gedacht.
(freelance of bijverdienen)
Hij doet allerlei klussen voor de buren om wat bij te verdienen.
Die schilder heeft volgende week weer een klus in Utrecht.
Naast zijn studie doet hij regelmatig klusjes voor een verhuisbedrijf.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.