🇬🇧

Knappen

Auxiliary verb

hebben

zwak werkwoord (regelmatig)

'Knappen' kan zowel letterlijk (iets repareren) als figuurlijk (opknappen, beter worden) gebruikt worden. Informeel kan het ook betekenen 'iets snel afmaken' of 'iets aankunnen'.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Verleden tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

  • jullie

Examples

  • Ik knap mijn kamer elke zaterdag op.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Heb je die oude stoel al geknapt?

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij knapte van de rust tijdens zijn vakantie.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Knap die klus snel op, we hebben niet veel tijd!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Het is belangrijk dat zij de taak knappe voordat de deadline verstrijkt.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.