(over het lichaam of een blessure)
Ik heb mijn knie bezeerd tijdens het voetballen.
Hij zit op zijn knieën in de tuin om onkruid te wieden.
Mijn knie doet pijn als ik de trap oploop.
De dokter zei dat ik mijn knie moet rusten.
Ze viel en schaafde haar knie open op het schoolplein.
Het kind klom op de knieën van zijn opa.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(over kleding of slijtage)
Er zit een gat in de knie van mijn spijkerbroek.
De knieën van zijn broek waren helemaal versleten.
Zijn spijkerbroek is bij de knieën kapot.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.