(In de keuken, om eten vers te bewaren)
De melk staat in de koelkast.
We hebben een nieuwe koelkast gekocht omdat de oude kapot was.
De koelkast is bijna leeg.
Ik zet de boter altijd in de koelkast.
Hij pakte een biertje uit de koelkast.
We hebben gisteren een nieuwe koelkast laten bezorgen.
De koelkastdeur sluit niet goed, dus het licht blijft branden.
Zou je even in de koelkast kunnen kijken of er nog kaas is?
Welke zin inspireerde dit schilderij?
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.