Koken
Auxiliary verb
hebben
hebben; transitief, intransitief
'Koken' is een regelmatig werkwoord. Het hulpwerkwoord is altijd 'hebben' (ik heb gekookt). Het kan transitief zijn ('ik kook pasta') of intransitief ('het water kookt'). In de betekenis 'eten bereiden' is 'koken' transitief of intransitief; in de betekenis 'het kookpunt bereiken' altijd intransitief.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Gebiedende wijs
Aanvoegende wijs
Examples
Ik kook vanavond Italiaans.
tegenwoordige tijd, indicatief
Het water kookte al binnen een paar minuten.
verleden tijd, indicatief
Wij hebben gisteren samen gekookt en daarna gegeten.
voltooide tijd, indicatief
Kook de eieren precies zeven minuten voor een zachte dooier.
gebiedende wijs, imperatief
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.