Het kosten van het nieuwe project zijn hoog.
De kostende tijd is belangrijk om te overwegen.
De kostende energie helpt om het project te financieren.
ik
Ik kost tijd aan het leren van Nederlands.
jij / je, u
Jij kost veel moeite om goed te leren.
hij, zij / ze, het
Het kost veel geld om een huis te kopen.
wij / we
Wij kosten onze inspanningen voor het project.
jullie
Jullie kosten de organisatie veel tijd.
zij / ze
Zij kosten hun hulp vaak laag.
Ik kostte veel tijd aan dit onderzoek.
Jij kostte me een hoop geduld.
Het kostte ons veel tijd om te plannen.
Wij kosten veel moeite in het verleden.
Jullie kosten ons de kans om te slagen.
Zij kosten ons een zekere hoeveelheid tijd.
Dat heeft me veel moeite gekost.
Als ik maar niet zoveel koste in het proces.
Kost de tijd om de details te controleren.