Auxiliary verb
hebben
onovergankelijk werkwoord, informeel taalgebruik
Dit werkwoord wordt voornamelijk informeel gebruikt en kan als grof worden ervaren. Het beschrijft het overgeven of braken.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u
u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
Examples
Ik moet kotsen, ik voel me zo misselijk.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij kotste de hele nacht door.
verleden tijd, aantonende wijs
Als je te veel eet, zul je kotsen.
toekomende tijd, aantonende wijs
Ik heb net gekotst, dus ik voel me nu beter.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.