Attributive forms
Als je 'laag' voor een zelfstandig naamwoord gebruikt, verandert het vaak in 'lage'. Bijvoorbeeld: 'de lage deur' of 'een lage stoel'. Bij het-woorden kun je soms ook 'laag' gebruiken, zoals in 'een laag plafond'.
- With definite article
- With indefinite article
- Without article
Predicative form
Na werkwoorden zoals 'zijn', 'worden' of 'blijven' gebruik je altijd 'laag'. Bijvoorbeeld: 'De brug is laag' of 'Het water wordt laag'.
Comparative
Om te zeggen dat iets minder hoog is dan iets anders, gebruik je 'lager'. Bijvoorbeeld: 'Deze heuvel is lager dan die berg'. Je kunt ook 'lager dan' gebruiken om een vergelijking te maken.
- Base form
- With "dan"
Superlative
Als iets het minst hoog is van alles, gebruik je 'laagste' voor een zelfstandig naamwoord (bijv. 'de laagste tak') en 'laagst' na een werkwoord (bijv. 'Dit is het laagst').
- Attributive
- Predicative
Important notes
- usage:'Laag' kan ook als bijwoord gebruikt worden, bijvoorbeeld: 'Hij vliegt laag over de huizen.'
- spelling:In de stellende trap wordt 'laag' soms met een -s geschreven als het bij een het-woord staat (bijv. 'een laags plafond'), maar dit is minder gebruikelijk.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.