hetVerb
1
Simple
Past Tense
Synonym
Related Word
Context & Scenario
Complex
Future Tense
Interrogative
Idiomatic
Compound
Present Tense
Declarative
Imperative
Context & Scenario
Context & Scenario
Vrouw lakt haar nagels met levendige nagellak, omringd door kleurige flesjes en een spiegel die haar blije uitdrukking weergeeft.
Vrouw die haar nagels lakt met levendige kleuren
Vrouw lakt haar nagels met levendige nagellak, omringd door kleurige flesjes en een spiegel die haar blije uitdrukking weergeeft.
2
Compound
Present Tense
Declarative
Complex
Future Tense
Interrogative
Context & Scenario
Synonym
Simple
Past Tense
Imperative
Context & Scenario
Idiomatic
Context & Scenario
Related Word
Man brengt een glanzende beschermlaag aan op een auto met reflecterende geometrische patronen onder een gestileerde regenwolk.
Glanzende coating aanbrengen op een auto voor bescherming
Man brengt een glanzende beschermlaag aan op een auto met reflecterende geometrische patronen onder een gestileerde regenwolk.
3
Compound
Past Tense
Interrogative
Context & Scenario
Related Word
Simple
Complex
Present Tense
Declarative
Context & Scenario
Synonym
Future Tense
Imperative
Context & Scenario
Idiomatic
Vrouw die heldere lak aan keramische pot aanbrengt in een levendige kunststudio
Kleurprocessen in een creatieve kunststudio
Vrouw die heldere lak aan keramische pot aanbrengt in een levendige kunststudio