Auxiliary verb
hebben
scheidbaar werkwoord, onregelmatig (sterk werkwoord in verleden tijd)
Het werkwoord 'leegdrinken' benadrukt het volledig opdrinken van een vloeistof, vaak met een zekere nadruk of urgentie.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Examples
Ik drink mijn kopje koffie leeg voordat ik ga werken.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij dronk zijn glas wijn leeg en vertrok.
verleden tijd, aantonende wijs
Drink je glas leeg, we moeten nu echt gaan!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Zij heeft haar beker melk leeggedronken.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
De leegdrinkende man bestelde nog een rondje.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.