(op het werk of in een organisatie)
De leider van het team heeft de vergadering geopend.
Als leider moet je goed kunnen luisteren naar je medewerkers.
De leider neemt de beslissingen.
Onze leider heeft vorige week het hele team toegesproken over de nieuwe plannen.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(in de politiek)
De leider van de partij hield een toespraak in het parlement.
Verschillende wereldleiders kwamen bijeen voor de top in Brussel.
De politieke leider kondigde gisteren zijn aftreden aan.
(in de sport)
De koploper is na tien rondes nog steeds de leider in de race.
Ajax is de trotse leider van de competitie.
Na de laatste etappe is hij nog steeds de leider in het klassement.
(bij scouting of jeugdclub)
De leider van de scouts organiseerde een kampvuur.
Onze nieuwe leider bij de zwemles heet Tom.
De leiders van de jeugdclub gaan volgend weekend op kamp met de groep.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.