(iemand beschuldigen van liegen)
Die man is een grote leugenaar, geloof hem niet.
Alle leugenaars worden vroeg of laat betrapt.
Hij is een leugenaar.
De politicus bleek een notoire leugenaar te zijn.
Ze noemde hem een leugenaar toen hij weer iets verzon.
Wat een klein leugenaartje ben jij!
Welke zin inspireerde dit schilderij?
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.