Auxiliary verb hebben
werkwoord
De verbuigingen kunnen verschillende betekenissen en intenties hebben.
Infinitief Ik wil niet liegen over mijn gevoelens.
Tegenwoordig deelwoord Hij was liegend terwijl hij sprak.
Het liegende kind vertelde een verhaal.
Tegenwoordige tijd ik
Ik lieg nooit tegen mijn vrienden.
jij / je
u
U liegt als u niet de waarheid zegt.
hij
Hij liegt soms om anderen te beschermen.
zij / ze
Zij liegt soms over waar ze was.
het
wij / we
Wij liegen niet tegen elkaar.
jullie
Jullie liegen soms als je druk bent.
Verleden tijd ik
Ik loog een keer over mijn leeftijd.
jij / je
Jij logen over je cijfers.
u
U logen over de afspraken.
hij
zij / ze
Zij logen vaak in het verleden.
wij / we
Wij logen nooit tegen onze ouders.
jullie
Jullie logen over je plannen.
Voltooid deelwoord Hij heeft gelogen over zijn vakantie.
Aanvoegende wijs Moge hij niet liege als hij vertelt.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.