Infinitief Een hond kan liggen op de bank.
Jij mag hier liggen als je moe bent.
Tegenwoordige tijd ik
Ik lig graag op het strand.
jij / je
Jij ligt altijd zo vroeg in bed.
u
hij
Hij ligt te slapen in de zon.
zij / ze
Zij ligt vaak op de bank.
het
wij / we
Wij liggen vaak te ontspannen in de tuin.
jullie
Jullie liggen echt perfect voor de zon.
Verleden tijd ik
Ik lag de hele dag op de bank.
jij / je
Jij lag hier gisteren ook.
u
hij
zij / ze
Zij lagen samen op het gras.
wij / we
Wij lagen laatst op het strand.
jullie
Voltooid deelwoord Ik heb de hele dag gelegen te lezen.
Tegenwoordig deelwoord De liggende mensen zijn aan het zonnebaden.
Aanvoegende wijs Ik hoop dat jij ligge waar je wilt.
Gebiedende wijs Lig stil en kijk naar de lucht!
U ligt waar het veilig is!
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.