Auxiliary verb
hebben
zwak werkwoord (regelmatig)
'Lossen' betekent vaak 'een probleem oplossen' of 'iets ontwarren'. Het kan ook gebruikt worden in de context van 'iets losmaken' (bijv. een knoop), maar in deze conjugatietabel ligt de nadruk op de betekenis van 'oplossen'.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Examples
Ik los graag sudoku's in mijn vrije tijd.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Heb je de opdracht al gelost?
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Als hij het probleem losse, zouden we verder kunnen gaan.
onvoltooid tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
Lost u deze oefening alstublieft zelf op.
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Keep learning
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.