Luien
Infinitief
Tegenwoordig deelwoord
Voltooid deelwoord
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij
zij / ze
het
wij / we
jullie
Verleden tijd
ik
jij / je
u
hij
zij / ze
het
wij / we
jullie
Gebiedende wijs
Aanvoegende wijs
Examples
Ik wil graag luien in het park.
infinitief, indicatief
Zij is luiend op de bank, terwijl het buiten regent.
tegenwoordig deelwoord, indicatief
Hij heeft veel geluid gemaakt tijdens het feest.
voltooid deelwoord, indicatief
Ik lui graag op zondag.
tegenwoordige tijd, indicatief
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.