(een lunch klaarmaken, tijdens de lunch, voor de lunch)
Wij eten elke dag samen lunch op kantoor.
De lunch bestaat meestal uit brood en soep.
Wat eet jij vandaag tussen de middag als lunch?
Ik neem altijd een broodje mee voor de lunch.
De lunchpauze duurt een half uur.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(een zakenlunch, een werklunch, een lunch met klanten)
Morgen hebben wij een lunch met de nieuwe klanten.
De zakelijke lunch duurde bijna twee uur.
De directeur gaf tijdens de lunch een korte toespraak.
Wij hebben vrijdag een werklunch met het team.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.