(maandag zie ik je weer)
Ik kom maandag bij je langs om te helpen met de verhuizing.
Maandag beginnen we met de nieuwe cursus Nederlands in het buurthuis.
Ik ga maandag naar de tandarts voor een controle.
Maandag vertrek ik naar Parijs voor een zakenreis.
Maandag heb ik te horen gekregen dat ik de baan heb.
Aanstaande maandag starten we met de nieuwe vergaderstructuur.
Afgelopen maandag zag ik haar nog in het cafe.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.