NEDERLANDS
🇬🇧

Meebrengen

VerbA2

Auxiliary verb

hebben

overgankelijk werkwoord (iets meebrengen)

Het werkwoord 'meebrengen' betekent dat je iets of iemand bij je hebt wanneer je ergens naartoe gaat. Het impliceert vaak dat het meegebrachte iets nuttig of gewenst is in de context.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

Verleden tijd

  • ik, jij / je, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

  • jij / je

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • Kun je wat snacks meebrengen voor de filmavond?

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij heeft zijn huiswerk niet meegebracht naar school.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Breng je zusje mee als je komt!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Zij brachten vorig jaar veel souvenirs mee van hun reis.

    verleden tijd, aantonende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.