🇬🇧

Meenemen

Auxiliary verb

hebben

scheidbaar werkwoord, onregelmatig in de verleden tijd

Het werkwoord 'meenemen' betekent iets of iemand bij je hebben of naar een andere plaats brengen. Het wordt vaak gebruikt in alledaagse situaties.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

Verleden tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • Ik neem mijn tas altijd mee als ik boodschappen doe.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Heb je je paspoort meegenomen voor de reis?

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Zij nam haar vriend mee naar het feest.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Neem je paraplu mee, het gaat regenen!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.