(aangeven waar iets zich bevindt binnen een ruimte)
Het kind stond midden op straat.
De lamp hangt midden in de kamer.
De bal ligt midden op het veld.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(een tijdstip aangeven dat in het hart van iets valt)
De telefoon ging midden in de nacht.
Midden in de vergadering viel de stroom uit.
Ik werd midden in de nacht wakker van een hard geluid.
(aangeven dat iemand omringd is door anderen of iets)
Zij stond midden tussen de kinderen te zingen.
Hij woont midden in het bos.
Het kleine huisje stond midden tussen de hoge gebouwen.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.