Auxiliary verb
zijn
onpersoonlijk werkwoord (vaak met 'het' als onderwerp), onovergankelijk
Dit werkwoord wordt vaak gebruikt om falen of het niet slagen van een actie, plan of poging uit te drukken. Het heeft een negatieve connotatie en wordt meestal gebruikt in contexten waarin iets niet volgens plan verloopt.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
het
Verleden tijd
het
Voltooid deelwoord
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, wij / we, jullie
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
het
Gebiedende wijs
Examples
Het examen is **mislukt** omdat ik te weinig had gestudeerd.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
**Het** **mislukt** altijd als je niet oplet.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hoewel **het** **mislukke**, blijf ik het proberen.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
Veel van zijn plannen **mislukten** in het begin.
verleden tijd, aantonende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.