(afspraken en plannen voor de volgende dag)
Ik moet morgenochtend vroeg opstaan voor mijn werk.
Zullen we morgenochtend om negen uur samen koffiedrinken?
Morgenochtend ga ik naar de dokter.
Morgenochtend begint de vergadering al om acht uur.
Ik stuur u morgenochtend het rapport per e-mail.
Kun je me morgenochtend even bellen?
Welke zin inspireerde dit schilderij?
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.