(Vragen of aanwijzen waar iemand heen gaat.)
Waar ga je naartoe?
Daar moet ik straks ook naartoe.
Waar ga jij met die koffer naartoe?
Het station ligt om de hoek, dus daar lopen we wel even naartoe.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(Praten over een vage of ontbrekende bestemming.)
Ik moet vanavond nog ergens naartoe.
We gaan vandaag nergens naartoe.
Heb je zin om vanavond ergens naartoe te gaan?
Door de regen zijn we uiteindelijk nergens naartoe geweest.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.