(algemeen)
Mijn haar is nog nat van de douche.
Pas op, de vloer is nat!
Mijn jas is helemaal nat.
Door de regen werd mijn fiets kletsnat.
Met deze natte handen kan ik je telefoon beter niet vasthouden.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(weer)
Het was een natte zomer dit jaar.
Morgen wordt het weer een natte dag.
Het is vandaag natter dan gisteren.
De weerman zei dat het een van de natste weken van het jaar zou worden.
(grond)
De weilanden zijn na de regen heel nat.
In een natte tuin groeien biezen goed.
Trek je laarzen maar aan, het is daar nat.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.