Navertellen
Verbeen verhaal of gebeurtenis opnieuw vertellen
(iemand navertelt wat hij heeft gehoord of gezien)
Zij vertelde het verhaal zo goed na dat iedereen geboeid luisterde.
Na de film moet je het verhaal navertellen aan je vrienden.
- Simple
Hij vertelde het verhaal na tijdens het diner.
- Compound
Hij vertelde het verhaal na, en iedereen luisterde aandachtig.
- Complex
Het verhaal, dat hij zo levendig vertelde, bleef nog lang in mijn gedachten hangen.
- Present Tense
Ik vertel altijd het verhaal van mijn reis naar Amsterdam.
- Past Tense
Gisteren vertelde ze het verhaal van haar kindertijd.
- Future Tense
Morgen zal hij het verhaal navertellen op zijn blog.
- Declarative
Ze vertelt altijd het verhaal met veel enthousiasme.
- Interrogative
Vertel je het verhaal dat je gisteren hoorde?
- Imperative
Vertel het verhaal nu aan de groep!
- Context & Scenario
Na school vertelt hij graag verhalen aan zijn vrienden.
informatie doorgeven in eigen woorden
(iemand navertelt een les of uitleg)
De leraar vroeg de leerlingen om de tekst navertellen in hun eigen woorden.
Na de bijeenkomst moest hij alles navertellen aan zijn baas.
- Complex
Als je informatie van het boek navertelt, moet je zorgen dat je het goed begrijpt.
- Future Tense
Morgen zal hij zijn samenvatting van de hoofdstukken delen met de klas.
- Interrogative
Kun je de informatie over de geschiedenisles navertellen?
- Context & Scenario
Na de les ging ik naar huis en vertelde ik de informatie aan mijn ouders.
- Synonym
Hij gebruikte een synoniem om de informatie beter uit te leggen.
- Idiomatic
Hij moest de spijkers met koppen slaan en de informatie helder doorgeven.
- Compound
De student vertelde de informatie over de presentatie, maar hij vergat enkele belangrijke details.
- Present Tense
Zij vertelt altijd de informatie van de les aan haar vrienden.
- Declarative
De leerlingen geven hun informatie duidelijk door.
- Context & Scenario
In de school moest zij altijd de informatie herhalen voor de toetsen.
- Related Word
Deze uitleg is de basisinformatie die je nodig hebt voor de toets.
- Simple
Hij geeft deinformatie die hij heeft geleerd in zijn eigen woorden door.
- Past Tense
Gisteren gaf zij de informatie over de nieuwe richtlijnen door aan haar team.
- Imperative
Geef de informatie over het project in je eigen woorden door!
- Context & Scenario
Tijdens het feest vertelde hij de informatie over zijn vakantie aan de gasten.
dingen opnieuw herhalen van wat men eerder heeft gehoord
(een gebeurtenis navertellen maakt indruk)
Tijdens de vergadering navertelde hij de belangrijkste punten.
Zij navertelde het verhaal van haar vakantie op een levendige manier.
- Complex
Omdat de leraar de instructies herhaalt, begrijpen de leerlingen het beter.
- Future Tense
Volgende keer zal hij het verhaal opnieuw herhalen.
- Imperative
Herhaal de belangrijke informatie alsjeblieft!
- Context & Scenario
Tijdens de les herhaal ik de toetsen.
- Idiomatic
Soms moet je dingen maar blijven herhalen of ze vallen in het verkeerde keelgat.
- Simple
De leraar herhaalt de instructies steeds opnieuw.
- Present Tense
Ik herhaal het verhaal voor de derde keer.
- Declarative
Hij herhaalt altijd de essentie van de bijeenkomst.
- Context & Scenario
Na een lange dag wil ik gewoon het verhaal herhalen met mijn vrienden.
- Synonym
Hij vertelde het verhaal opnieuw, ook al was hij al eerder verteld.
- Compound
De leraar herhaalt de instructies, maar de leerlingen vergeten ze snel.
- Past Tense
Gisteren herhaalde zij het verhaal van haar vakantie.
- Interrogative
Waarom herhaalt hij altijd wat hij zegt?
- Context & Scenario
Tijdens het feest herhaalde zij het verhaal verschillende keren.
- Related Word
Als je iets herhaalt, kan het makkelijker zijn om het te onthouden.