(zoeken naar iets en het niet vinden)
Ik kan mijn sleutels nergens vinden.
Die oude winkel zit nergens meer in de stad.
Ik heb overal gekeken, maar mijn bril ligt nergens.
In deze buurt is nergens een geldautomaat te vinden.
(aangeven dat iets helemaal niet het geval is)
Daar heb ik nergens last van.
Hij is nergens bang voor.
Ze maakt zich nergens zorgen over.
Hij heeft nergens spijt van gehad.
(moeite doen zonder vooruitgang te boeken)
Met dat gezeur kom je nergens.
Deze discussie leidt nergens toe.
Zo kom je nergens, je moet gewoon beginnen.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.