(voor een bijvoeglijk naamwoord, bijwoord of werkwoord om een gematigde graad aan te geven)
Het is vandaag nogal koud buiten.
Ze reed nogal hard over de snelweg.
Die film was nogal saai, eerlijk gezegd.
Mijn collega is nogal streng, maar wel rechtvaardig.
Het examen viel nogal tegen, ondanks mijn voorbereiding.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(in de vaste combinatie 'nogal wat' voor een zelfstandig naamwoord)
Er waren nogal wat mensen op het feest.
Die nieuwe auto heeft hem nogal wat geld gekost.
We hebben nogal wat problemen gehad met de verhuizing.
Er is nogal wat kritiek op het nieuwe beleid van de gemeente.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.