NEDERLANDS
🇬🇧

Omgaan

VerbA2

Auxiliary verb

hebben

onregelmatig werkwoord, scheidbaar werkwoord (in sommige betekenissen)

Het werkwoord 'omgaan' kan zowel 'omgaan met' (deal with/handle) als 'omgaan (rond iets)' (go around) betekenen. In de betekenis van 'omgaan met' is het scheidbaar, terwijl het in de betekenis van 'rondgaan' niet scheidbaar is.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

  • jij / je

  • hij, zij / ze, het

Verleden tijd

  • ik, hij, zij / ze, het

  • jij / je, u

  • wij / we, jullie, zij / ze

  • ik, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

  • ik, hij, zij / ze, het

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • Ik ga elke dag zorgvuldig om met mijn financiën.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Gisteren ging hij heel voorzichtig om met het glaswerk.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • We hebben altijd respectvol met elkaar omgegaan.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Ga om met mensen die je gelukkig maken!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Het is belangrijk dat je leert omgaan met teleurstellingen.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.