NEDERLANDS
🇬🇧

Omkopen

VerbA2

Auxiliary verb

hebben

overgankelijk werkwoord (iemand omkopen met iets)

Het werkwoord 'omkopen' heeft een sterk negatieve connotatie en verwijst naar het illegaal beïnvloeden van iemand met geld of giften om een voordeel te verkrijgen.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

  • ik

  • jij / je

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • De zakenman **koopt** de ambtenaar **om** om het contract te krijgen.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Vorige week **kocht** hij de rechter **om** met een dure auto.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • De politicus is **omgekocht** door een groot bedrijf.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • **Koop** die bewaker **om**, zodat we binnen kunnen komen!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Hoewel **hij omkope**, zou hij nog steeds gestraft kunnen worden.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.