(als iemand niet op tijd thuiskomt of niet reageert)
Mijn moeder werd ongerust toen ik niet opnam.
Ze is ongerust over haar zoon die nog niet thuis is.
Ik ben ongerust.
Een ongeruste vader belde de politie toen zijn dochter niet thuiskwam.
Maak je niet ongerust, alles komt goed.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(als je je zorgen maakt over gezondheid, werk of geld)
De dokter klonk ongerust over de uitslag.
We zijn een beetje ongerust over de hoge kosten.
De buren werden steeds ongeruster over het vreemde geluid.
Hij keek ongerust naar de donkere wolken boven het huis.
Wij waren ongerust over de gezondheid van onze oma.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.