NEDERLANDS
🇬🇧

Ongerust

AdjectiveA2

Attributive forms

Als je 'ongerust' vóór een zelfstandig naamwoord gebruikt, verandert het vaak naar 'ongeruste'. Bijvoorbeeld: 'de ongeruste vader' of 'een ongeruste stem'. Dit geldt voor zowel de- als het-woorden.

With definite article
With indefinite article
Without article

Predicative form

Na werkwoorden zoals 'zijn', 'worden' of 'blijven' gebruik je altijd 'ongerust'. Bijvoorbeeld: 'Zij is ongerust' of 'Hij wordt ongerust'. Je zegt nooit 'Zij is ongeruste'.

Comparative

Om te zeggen dat iemand meer ongerust is dan iemand anders, gebruik je 'ongeruster'. Bijvoorbeeld: 'Zij is ongeruster dan haar zus'. Je kunt ook 'meer ongerust' zeggen, maar 'ongeruster' is gebruikelijker.

Base form
With "dan"

Superlative

De overtreffende trap van 'ongerust' is 'ongerustst' of 'meest ongerust'. Bijvoorbeeld: 'Dit is het ongerustst dat ik ooit ben geweest' of 'Zij is het meest ongerust van iedereen'. 'Meest ongerust' klinkt vaak natuurlijker.

Attributive
Predicative

Important notes

  • usage:'Ongerust' wordt vaak gebruikt om bezorgdheid of angst uit te drukken, vooral in combinatie met 'over' of 'voor'. Bijvoorbeeld: 'Hij is ongerust over zijn gezondheid.'
  • spelling:In de overtreffende trap wordt 'ongerustst' soms informeel gebruikt, maar 'meest ongerust' is formeler en gebruikelijker.

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.