Attributive forms
Als je 'ongerust' vóór een zelfstandig naamwoord gebruikt, verandert het vaak naar 'ongeruste'. Bijvoorbeeld: 'de ongeruste vader' of 'een ongeruste stem'. Dit geldt voor zowel de- als het-woorden.
- With definite article
- With indefinite article
- Without article
Predicative form
Na werkwoorden zoals 'zijn', 'worden' of 'blijven' gebruik je altijd 'ongerust'. Bijvoorbeeld: 'Zij is ongerust' of 'Hij wordt ongerust'. Je zegt nooit 'Zij is ongeruste'.
Comparative
Om te zeggen dat iemand meer ongerust is dan iemand anders, gebruik je 'ongeruster'. Bijvoorbeeld: 'Zij is ongeruster dan haar zus'. Je kunt ook 'meer ongerust' zeggen, maar 'ongeruster' is gebruikelijker.
- Base form
- With "dan"
Superlative
De overtreffende trap van 'ongerust' is 'ongerustst' of 'meest ongerust'. Bijvoorbeeld: 'Dit is het ongerustst dat ik ooit ben geweest' of 'Zij is het meest ongerust van iedereen'. 'Meest ongerust' klinkt vaak natuurlijker.
- Attributive
- Predicative
Important notes
- usage:'Ongerust' wordt vaak gebruikt om bezorgdheid of angst uit te drukken, vooral in combinatie met 'over' of 'voor'. Bijvoorbeeld: 'Hij is ongerust over zijn gezondheid.'
- spelling:In de overtreffende trap wordt 'ongerustst' soms informeel gebruikt, maar 'meest ongerust' is formeler en gebruikelijker.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.