NEDERLANDS
🇬🇧

Opengaan

VerbA2

Auxiliary verb

zijn

onovergankelijk werkwoord (geen lijdend voorwerp)

Het werkwoord 'opengaan' beschrijft vaak een spontane of natuurlijke beweging, zoals deuren die vanzelf openen of bloemen die zich ontvouwen.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Verleden tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • De winkel gaat om acht uur open.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Gisteren ging de deur vanzelf open.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Ik hoop dat de bloemen snel opengaan.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

  • Ga open, poort!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • De deur is opengegaan door de sterke wind.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.