Auxiliary verb
zijn
onregelmatig werkwoord
'Opgaan' kan zowel letterlijk (opstaan uit bed) als figuurlijk (opgaan in een activiteit) gebruikt worden.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Examples
Ik ga elke dag vroeg op om te joggen.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Gisteren ging ik om zes uur op.
verleden tijd, aantonende wijs
Ben je al opgegaan voor de reis?
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Ga op! We moeten nu vertrekken.
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.