Ophalen
Auxiliary verb
hebben
hebben/zijn; trans, intrans; scheidbaar werkwoord
'Ophalen' is een scheidbaar werkwoord. In de hoofdzin wordt 'op' van de stam gescheiden en gaat naar het einde; in de bijzin en in de infinitief en het voltooid deelwoord blijft het voorvoegsel verbonden ('dat ik ophaal', 'ophalen', 'opgehaald').
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Gebiedende wijs
Aanvoegende wijs
Examples
Ik haal mijn broer op van het vliegveld.
tegenwoordige tijd, indicatief
Zij haalde het geld gisteren op bij de bank.
verleden tijd, indicatief
We hebben gezellig oude herinneringen opgehaald.
voltooide tijd, indicatief
Haal de was op voor het gaat regenen!
gebiedende wijs, imperatief
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.