NEDERLANDS
🇬🇧

Ophangen

VerbA2

Auxiliary verb

hebben

scheidbaar werkwoord, onregelmatig in de verleden tijd

Het werkwoord 'ophangen' kan zowel letterlijk (iets ergens aan hangen) als figuurlijk (bijv. de telefoon ophangen) gebruikt worden.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

Verleden tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

Examples

  • Ik hang de schilderijen op in de woonkamer.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij hing de jas op toen hij thuiskwam.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Wij hebben de kerstversiering opgehangen.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hang je tas op!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.