Auxiliary verb
hebben
scheidbaar werkwoord, onregelmatig in de verleden tijd
Het werkwoord 'ophangen' kan zowel letterlijk (iets ergens aan hangen) als figuurlijk (bijv. de telefoon ophangen) gebruikt worden.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Verleden tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
Examples
Ik hang de schilderijen op in de woonkamer.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij hing de jas op toen hij thuiskwam.
verleden tijd, aantonende wijs
Wij hebben de kerstversiering opgehangen.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hang je tas op!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.