Verb
Auxiliary Verb
hebben
werkwoord
De actie van iets vastleggen of registreren, meestal geluid of beeld.
Verleden tijd
ik
jij / je
u
hij
zij / ze
het
wij / we
jullie
zij / ze
Tegenwoordig deelwoord
ik
jij / je
u
hij
zij / ze
het
wij / we
jullie
zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je
u
Infinitief
Voltooid deelwoord
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Aanvoegende wijs
Examples
Ik neem de opname morgen.
tegenwoordige tijd, indicatief
Ik heb het gesprek opgenomen.
voltooid deelwoord, indicatief