Opruimen
Verbde dingen op hun juiste plek zetten
(een ruimte schoon en geordend maken)
Zij gaat haar kamer opruimen voordat haar vrienden komen.
Hij moet de woonkamer opruimen na het feest.
- Simple
Ik maak het huis schoon na het koken.
- Compound
Ik maak het huis schoon, en mijn zus stofzuigt.
- Context & Scenario
Ik maak elke zaterdag het huis schoon.
- Complex
Als ik de badkamer schoonmaak, moet ik ook de handdoeken ophangen.
- Present Tense
Wij maken de tuin schoon in de lente.
- Past Tense
Gisteren maakte ik de garage schoon.
- Future Tense
Morgen zal ik mijn bureau schoonmaken.
- Declarative
Zij maakt de keuken schoon.
- Interrogative
Maak je de woonkamer schoon vandaag?
- Imperative
Maak de garage schoon voor de buurtbijeenkomst!
- Simple
Ik maak de keuken schoon na het koken.
- Present Tense
Zij maakt de badkamer schoon iedere week.
- Declarative
Zij maakt het huis schoon tijdens het weekend.
- Context & Scenario
Ik moet mijn bureau schoonmaken voordat ik kan studeren.
- Synonym
Hij ruimt zijn spullen op.
- Complex
Wanneer ik mijn kamer schoonmaak, voel ik me altijd beter.
- Past Tense
Gisteren maakte hij het kantoor schoon voor de vergadering.
- Imperative
Maak je de tafel schoon voor het diner!
- Context & Scenario
We hielpen elkaar om het huis schoon te maken voor het feest.
- Related Word
Zij houden hun huis netjes en georganiseerd.
- Compound
Ik maak de keuken schoon, en mijn zus stofzuigt de woonkamer.
- Future Tense
Morgen zal ik de garage schoonmaken.
- Interrogative
Maak jij de tuin schoon voor de barbecue?
- Context & Scenario
Op school leren we hoe we onze klaslokalen schoon kunnen maken.
- Idiomatic
Hij maakt altijd een rotzooi als hij gaat schoonmaken.
verwijderen of wegdoen van ongewenste spullen
(rommel of afval wegdoen)
Ze besloot om oude kleren op te ruimen en te doneren.
Hij heeft de garage opgeruimd en veel spulletjes weggegooid.
- Simple
Ik doe altijd mijn afval weg na het eten.
- Compound
Ik doe het afval weg, maar ik bewaar de recyclables.
- Complex
Als ik rommel in huis zie, doe ik die altijd direct weg.
- Present Tense
Zij doet oude boeken weg.
- Past Tense
Hij deed de kapotte meubels weg.
- Future Tense
Wij zullen de oude apparatuur volgend weekend wegdoen.
- Context & Scenario
Ik gooi mijn afval elke dag weg in de prullenbak.
- Synonym
De opruimactie was nodig om de rommel in de buurt weg te doen.
- Declarative
Je moet de restanten van je lunch wegdoen.
- Imperative
Doe alle ongewenste spullen weg!
- Context & Scenario
Laten we alle rommel van het feest wegdoen.
- Idiomatic
Hij is de spullen die hij al jaren niet gebruikt, eindelijk weg gaan doen.
- Interrogative
Doe jij je oude schoenen ook weg?
- Context & Scenario
Tijdens de schoonmaak op school doen we alles wat niet meer nodig is weg.
- Related Word
De vuilnisman kwam vandaag om al het afval weg te halen.
- Simple
Ik doe mijn oude boeken weg.
- Present Tense
Zij doet elke maand onnodige spullen weg.
- Imperative
Je moet die afvalzakken wegdoen.
- Context & Scenario
Ik ruim de zolder op en doe alle rommel weg.
- Synonym
Ze heeft de onnodige spullen verwijderd uit haar huis.
- Idiomatic
Ik wilde mijn spulletjes wegdoen, omdat ze alleen maar rommel verzamelden.
- Compound
Ik doe mijn oude boeken weg, maar ik houd mijn favoriete verhalen.
- Past Tense
Zij deed de oude meubels weg tijdens haar verhuizing.
- Interrogative
Doe je die rommel echt weg?
- Context & Scenario
Tijdens de schoonmaakdag op school hebben we veel spullen weg gedaan.
- Complex
Het is belangrijk om te weten hoe je oude spullen weg kunt doen die je niet meer nodig hebt.
- Future Tense
Ik zal de kapotte apparaten wegdoen voordat de nieuwe komen.
- Declarative
Verwijder je ongewenste spullen om meer ruimte te maken.
- Context & Scenario
We doen de oude meubels weg in ons kantoor.
- Related Word
Het opruimen van je kamer en het wegdoen van afval is heel bevrijdend.
afhandelen van taken of verplichtingen
(werken of zaken afmaken)
Hij moet zijn administratie opruimen voor de belastingaangifte.
We moeten de laatste details opruimen voordat het project af is.
- Simple
Ik moet deze taken afhandelen voordat ik kan ontspannen.
- Compound
Ik handel mijn e-mails af, en daarna ga ik pauzeren.
- Complex
Als ik al mijn taken heb afgehandeld, kan ik ontspannen.
- Present Tense
Ik handel mijn taken altijd snel af.
- Past Tense
Gisteren heb ik al mijn verplichtingen afgehandeld.
- Future Tense
Morgen zal ik beginnen met het afhandelen van nieuwe taken.
- Declarative
Hij moet de zaken afhandelen voordat we verder kunnen.
- Simple
Ik handel mijn e-mails elke dag af.
- Interrogative
Hoe ga jij deze taken afhandelen?
- Imperative
Handel die verplichtingen vandaag nog af!
- Context & Scenario
Ik werk elke dag hard om mijn taken af te handelen.