NEDERLANDS
🇬🇧

Opvangen

VerbA1

Auxiliary verb

hebben

Sterk werkwoord (verandering van klinker in de verleden tijd: a -> i).

Het werkwoord 'opvangen' kan zowel letterlijk (bijv. een bal opvangen) als figuurlijk (bijv. iemand emotioneel opvangen) gebruikt worden.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

Verleden tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie

Gebiedende wijs

Examples

  • Ik vang de bal op tijdens de wedstrijd.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Zij ving de kinderen op na school.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • We hebben de problemen snel opgevangen.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Vang die tas op voordat hij valt!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.