NEDERLANDS
🇬🇧

Opvoeden

VerbA2

Auxiliary verb

hebben

regelmatig werkwoord (met scheidbaar deel 'op')

Het werkwoord 'opvoeden' heeft vaak betrekking op het grootbrengen van kinderen, waarbij waarden, normen en gedrag worden bijgebracht. Het kan zowel positieve als negatieve connotaties hebben, afhankelijk van de context (bijv. 'streng opvoeden' vs. 'met liefde opvoeden').

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

Verleden tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • Mijn ouders hebben mij opgevoed met het idee dat eerlijkheid belangrijk is.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Voed jij je kinderen op met strenge regels?

    tegenwoordige tijd, vragende wijs

  • Als ik kinderen had, zou ik ze opvoeden met veel vrijheid.

    onvoltooid verleden toekomende tijd, aantonende wijs

  • Zij voedt haar kinderen tweetalig op.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.