(feesten, vergaderingen of evenementen voorbereiden)
Mijn zus organiseert volgende week een groot feest voor haar verjaardag.
Wie organiseert dit jaar de kerstborrel op kantoor?
De school organiseert elk jaar een sportdag voor alle leerlingen.
Vorig jaar organiseerden we de bruiloft in een oude boerderij.
De organiserende commissie heeft maanden aan het festival gewerkt.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(werk, spullen of taken op orde brengen)
Ik moet mijn bureau nog even organiseren voordat ik kan beginnen.
Zij heeft het hele archief opnieuw georganiseerd.
Ik heb mijn foto's eindelijk op de computer georganiseerd.
De manager wil het team anders organiseren om efficiënter te werken.
(informeel iets voor elkaar krijgen)
Kun jij even een paar stoelen organiseren voor de gasten?
Hij organiseerde snel wat extra broodjes voor de lunch.
Regel jij de drankjes, dan organiseer ik wel wat te eten.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.