Auxiliary verb
hebben
overgankelijk werkwoord
Het werkwoord 'overbrengen' wordt vaak gebruikt om het overdragen van informatie, gevoelens of fysieke objecten aan te duiden.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u, wij / we, jullie
hij, zij / ze, het
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie
Gebiedende wijs
Examples
Ik overbreng de boodschap aan mijn vrienden.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij heeft de informatie gisteren overbracht.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Zij overbracht de gevoelens van de groep tijdens de vergadering.
verleden tijd, aantonende wijs
Overbreng deze brief onmiddellijk!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.