Attributive forms
Als je 'pellen' voor een zelfstandig naamwoord gebruikt, zeg je bijvoorbeeld 'een pellen aardappel'. Dit betekent dat de aardappel nog geschild moet worden. Maar let op: dit is heel ongebruikelijk. Meestal zeg je 'een aardappel met schil' of 'een ongeschilde aardappel'.
- With definite article
- With indefinite article
- Without article
Predicative form
Na werkwoorden zoals 'zijn' gebruik je 'pellen'. Bijvoorbeeld: 'De aardappel is pellen'. Dit betekent dat de aardappel nog geschild moet worden. Maar ook dit is heel ongebruikelijk. Je zegt liever 'De aardappel moet nog geschild worden'.
Comparative
Als je wilt zeggen dat iets meer 'pellen' is dan iets anders, gebruik je 'peller'. Bijvoorbeeld: 'Deze aardappel is peller dan die'. Dit betekent dat deze aardappel moeilijker te schillen is. Maar ook dit gebruik is zeer zeldzaam.
- Base form
- With "dan"
Superlative
Als je wilt zeggen dat iets het meest 'pellen' is, gebruik je 'pelst' of 'pelste'. Bijvoorbeeld: 'Dit is de pelste aardappel'. Dit betekent dat deze aardappel het moeilijkst te schillen is. Maar ook dit is erg ongebruikelijk.
- Attributive
- Predicative
Important notes
- irregular:'Pellen' is een zeer ongebruikelijk adjectief en wordt bijna nooit in deze vorm gebruikt. Het komt voornamelijk voor als werkwoord ('pellen' = schillen).
- usage:Als adjectief wordt 'pellen' zelden gebruikt. In plaats daarvan zeg je meestal 'geschild' of 'met schil'. Bijvoorbeeld: 'een geschilde aardappel' of 'een aardappel met schil'.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.