(per dag, per uur, per persoon)
Ik werk acht uur per dag.
De kaartjes kosten tien euro per persoon.
We drinken twee koppen koffie per ochtend.
De auto rijdt ongeveer honderd kilometer per uur.
(per trein, per post, per e-mail)
Zij gaat per trein naar Amsterdam.
Stuur de brief maar per post.
Ik kom morgen per fiets naar kantoor.
De pakjes worden per koerier bezorgd.
(per 1 januari, per direct)
Hij begint per 1 september bij zijn nieuwe bedrijf.
De regeling gaat per direct in.
Per volgende week geldt er een nieuwe regel op school.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.