Auxiliary verb
hebben
zwak werkwoord (regelmatig)
'Pikken' kan zowel letterlijk (iets oppakken) als figuurlijk (iets stelen of snel meenemen) gebruikt worden. Informeel kan het ook 'begrijpen' betekenen, zoals in 'Ik pik het niet' (Ik begrijp het niet).
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Verleden tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
jullie
Examples
Ik pik elke ochtend een broodje bij de bakker.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij heeft mijn pen gepikt!
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Pikte jij vroeger ook altijd snoep bij de kassa?
verleden tijd, aantonende wijs
Pik jij even een stoel voor me?
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
De kippen zaten pikkend in de tuin.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.