Plannen
Auxiliary verb
hebben
regelmatig werkwoord
Het werkwoord 'plannen' wordt gebruikt om aan te geven dat iemand van tevoren nadenkt over hoe iets uitgevoerd moet worden. Het kan zowel voor persoonlijke als professionele situaties gebruikt worden.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Examples
Ik plan mijn huiswerk altijd op zondagavond.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Zij heeft een reis naar Spanje gepland.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Wij planden een verrassing voor onze ouders.
verleden tijd, aantonende wijs
Plan je agenda voor de komende week!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.